woensdag 17 augustus 2016

Tandemrit Essen 31 juli 2016


Een paar dagen na de rit kreeg ik van Louis en Lucienne een mail. Of ik het verslag niet wou schrijven, want als Baron von Plassenrijder had ik toch al enige ervaring niet? Daar heb ik 2 dagen over nagedacht om dan te antwoorden dat ik het wel zou doen. Volgende vraag is natuurlijk waarom ik daar zolang moest over nadenken. Wel, dat lezen jullie zo dadelijk en dan volgt daarna het eigenlijke verslag.

Op 14 januari 2015 werden wij om 7 uur ’s morgens verwacht aan het UZ in Jette, Brussel. Wij dat zijn mijn vrouw en ik, dochter Mieke, de hoofdpersoon in dit verhaal, en onze twee andere dochters met hun respectievelijke partners. Aan het ziekenhuis wachten ons nog 2 personen op, een goede vriendin van Mieke en diens mama. Mieke had ons als chauffeur feilloos naar Brussel gebracht om een uur later zelf euthanasie te krijgen om psychische redenen. In België kan dat met de handtekening van 3 dokters. Ongewild had ik het haar nog wat moeilijker gemaakt door haar te vragen om orgaandonatie te overwegen. Daar is ze op ingegaan maar dat had tot gevolg dat alles daarvoor nog moest geregeld worden en zodoende de euthanasie een drietal maanden werd vertraagd. Aan het ziekenhuis stonden 2 zwarte minibusjes klaar met opschrift: orgaantransport. Normaal heb ik een heel slecht geheugen maar deze dingen staan in m’n geheugen gegrift voor altijd.
Om een lang verhaal kort te maken: even later is Mieke met een glimlach op haar gezicht ingeslapen. En toen is ‘den baron’ letterlijk en figuurlijk op z’n gat gaan zitten. Anderhalf jaar heb ik alle vragen om een verslag te schrijven afgewimpeld. De tandemritten op zich waren voor mij wel een afleiding maar mijn hoofd stond er niet naar om op papier de plezante uit te hangen. Waarom dan nu wel? Het ‘op m’n gat zitten’ duurt langer dan ik zelf verwacht had en na de vraag van Louis dacht ik: waarom schrijf ik het niet van me af? En er daarna samen over praten helpt misschien ook wel.
Daarom dus deze korte uitleg en ik besef op dit moment dat ik hierover nog een hele boel bladzijden had kunnen volpennen. Dat gaan we niet doen en dus gaan we over tot de orde van de dag, het eigenlijke verslag.

Zoals gewoonlijk waren we vrij vroeg ter plaatse. We moesten niet zoeken want ik kende de parochiezaal nog van vorig jaar. Louis en Lucienne stonden ons aan de ingang op te wachten en die twee herkende ik gelukkig ook nog van vorig jaar, en het jaar daarvoor, enz. Ook zoals gewoonlijk waren er versnaperingen aanwezig om de innerlijke mens te versterken en dat wordt door de meesten wel geapprecieerd denk ik. Anders dan gewoonlijk waren er nu verschillende koppels die met de tandem aankwamen, en dan bedoel ik zonder wagen. Ze kwamen zelfs uit een ander land, Nederland, maar spraken gelukkig dezelfde taal, de onze. Bij nader inzien klopt dit niet. Het zijn wij die eigenlijk hun taal spreken, Nederlands. Sorry voor deze vergissing. Deze 2-daagse is de enige België- Nederland denk ik waar we mekaar niet bekampen maar mooi achter en naast elkaar rijden met maar één doel: na de rit iets gaan drinken. Alle neuzen stonden vanzelf in de goeie richting zeg maar.
Met een tandem of tien, ik weet het niet zeker meer, lieten we Essen achter ons en fietsten we richting Kalmthoutse heide. Aangezien het in deze streek al had geregend die dag hoopte ik op een paar degelijke plassen om mezelf een plezier te doen. Mijn zus achterop denkt daar nog altijd anders over. Aan een bos hielden we even halt. Ik dacht aan een plasstop maar het werd een verhaaltje van Louis over een bos. Dat bos hadden ze bij de grote brand op de heide met veel moeite gered en nu moest het toch verdwijnen omdat aan de overkant een heuveltje lag dat een stuifduin moest worden. Om het daar te laten stuiven was er veel wind nodig en het bos was nu de klos. Niet te verwarren met ‘de Klot’, dat komt straks.

Foto: Mijne laptop

Voorbij Kalmthout sloegen we westwaarts richting Putte, de grens met Nederland, waar we door de Canadalaan reden. En inderdaad, dat was richting Canada als je de wereldkaart in gedachten houd. Nog meer westwaarts kwamen we in Berendrecht (je weet wel, van de Berendrechtsluis) en net voor kanaaldok B3 keerden we zuidwaarts tot het Delwaidedok ons verplichte om terug naar het oosten te draaien. Ook de regen probeerde toen nog even voet aan de grond te krijgen maar met onze regenjassen hebben we duidelijk gemaakt dat we(behalve ikzelf dan) daar eigenlijk niet van gediend waren. Het antitankkanaal en een paar verdedigingsforten waren daarna nooit ver weg tot we onze lunchplaats bereikten. Restaurant ‘De Bosduif’ in Kapellen. Wij hadden allebei een lasagne met zalm bestelt en die was meer dan behoorlijk. Alleen hadden ze royaal met de bus gestrooid waar het kruid warmte in zat. Onwillekeurig moest ik aan de vorige rit denken. Toen was er gazpacho waar zich ijskristallen in bevonden. Een verschil van ongeveer 100° met ons gerecht van nu. De rekening klopte wel voor 100% en dat is ook belangrijk. Persoonlijk heb ik een paar jaar met iemand(lees Ortaire) gelachen omdat hij vergat het geld naar de inrichter(dat was ik toen) te brengen. Echter, een jaar of twee geleden vergat ik zelf mijn soep in rekening te brengen en sindsdien zwijg ik daar in alle talen over.
Het tweede deel van de rit bracht ons voor de tweede maal door Kapellen en Kalmthout. Het viel me op dat veel straatnamen eindigden op -dreef of –laan. Vervolgens kwamen we in het gehucht Achterbroek. Toen moesten we langzaam terug noordwaarts want daar lag Essen ergens. Natuurgebied de Maatjes was onze volgende stop en ik dacht onmiddellijk weer aan een verhaaltje van Louis, maar het werd een mooie uitkijktoren: “De Klot”. En daar zocht en schreef Heiko Martin het volgende over.
Ter lering ende vermaeck.
Op de “Belgische dag” van het Benelux weekend op 30 en 31 juli stopten we zo tegen het eind bij “De Klot”, een soort uitkijktoren ( zie foto) , vanwaar o.a. Nederland te zien zou zijn. Volgens Ortaire was dat niet mogelijk omdat er teveel bomen voor stonden en, passend in de sfeer van het daarvoor vertelde verhaal van Louis over het opnieuw realiseren van een stuifzandgebied op de Kalmthoutse heide waarvoor een bos moest wijken om de wind vrij spel te geven over dat gebied, vond hij dat ook die bomen maar “om” moesten.

Foto: Heiko Eipie Martin

Tijdens die stop wist niemand te vertellen wat Klot nou eigenlijk betekent, maar daar hebben we Wikipedia voor:
De term Klot heeft twee verwante betekenissen.
• Het is de Zuid-Nederlandse naam voor opgebaggerd veen met halfvergane plantenresten uit moerasgebieden of verlande vennen. De brijachtige substantie werd verwerkt door een laag op een stuk grond uit te spreiden zodat het kon drogen. Vervolgens werden er met behulp van een aangepunte houten stok die 'schrijfstok' werd genoemd, 'strepen' in aangebracht om vervolgens de blokken (turven) los te kunnen snijden.
Deze blokken werden in piramides van ongeveer een halve meter hoog gestapeld met openingen tussen de blokken, zodat ze verder konden drogen. Omdat de bovenste blokken het eerste droog werden, moest de toren minimaal eenmaal opnieuw worden opgebouwd, maar dan in omgekeerde volgorde.
Als de blokken voldoende droog waren konden ze gebruikt worden als brandstof. Wat uiteindelijk achterbleef was een waterplas, die opnieuw zou gaan verlanden.
Klotbaggeren werd nog toegepast tijdens de Tweede Wereldoorlog, toen er brandstofschaarste heerste.
• Klot is ook de benaming voor baggerturf in het algemeen, ook als dit afkomstig was uit moergebieden (verdronken hoogveen) of als benedenste laag van hoogveenafzettingen, in Noord-Nederland ook wel dargveen of baggel genaamd.
Namen als Klotput, Klotven, Klotterpeel, Moerputten en dergelijke zijn nog in de huidige toponomie terug te vinden, vooral in Noord-Brabant en Limburg.
De naam 'Klotven' komt bijvoorbeeld voor in Bergeijk (Grote Klotven, Nieuwe Klotven op De Plateaux) en te Lozen (op de Lozerheide). In Goirle is een straat van die naam. De Klotterpeel vindt men in De Rips, grenzend aan het landgoed De Stippelberg.
De naam 'klot' komt ook regelmatig voor bij carnavalsverenigingen en dergelijke, zoals b.v. in Asten, maar dit lijkt me hier niet van toepassing
Aangezien de onderhavige tocht ook door een veengebied ging lijkt mij dit een aannemelijke verklaring.
Heiko Martin

De laatste stelling van Heiko klopt volkomen zoals je op de site van de gemeente Wuustwezel ook kan lezen.
http://www.wuustwezel.be/uitkijktoren-de-klot-0
Eén ding kan ik daar nog aan toevoegen. In het plaatselijke dialect van Schriek spreken wij van een ‘klotteke suiker’ om in de koffie te doen. Sommigen noemen dat ook een zoetje, en dat woord gebruik ik dan weer om mijn vrouw te roepen.

Even verder in de uithoek van Kalmthout kwamen we in de Blikstraat een camping tegen. Ik heb daar toen totaal geen aandacht aan geschonken maar tijdens een schrijf-pauze van dit verslag kreeg ik een mail van Pasar. En wat stond daar in?

Eerste nudistencamping in provincie Antwerpen
Wie graag in zijn blootje een wandeling maakt of volledig naakt op een veldbedje naar de sterrenhemel kijkt, vindt sinds kort zijn gading in Kalmthout. Want daar opende recent de allereerste Antwerpse nudistencamping haar deuren. Op camping Grensland vind je 14 zeer ruime plaatsen rond een natuurvijver met naaktstrandje midden in de weilanden. Kledij is optioneel.


Volgens mijn zus heeft er daar nog iemand geroepen; “Hier hadden we ook op de camping kunnen staan”. Die zouden raar opgekeken hebben denk ik.
Mooie liedjes duren niet lang zegt men en zo liep ook deze rit op z’n laatste eeuuhh… trappers en kwam de parochiezaal van Essen terug in ’t verschiet. Louis en Lucienne trakteerden ons daar nog want zij werden dit jaar samen 150. Duizend maal proficiat daarvoor en bedankt voor de gezellige rit.
Voor Louis heb ik nog één vraagje. Kan jij tegen volgend jaar eens uitzoeken waarom Essen ook een straat heeft die ‘Schriek’ noemt?

Groetjes,
Baron Paul Von Plassenrijder
Schriek

zaterdag 6 september 2014

Tandemrit Westerlo 31 augustus 2014



De parking van de Carrefour in Voortkapel (Westerlo), daar moesten we zijn. Onmiddellijk wat geschiedenis meegeven: op deze plaats bevond zich vroeger een in de streek welbekende winkel. Namelijk die van Vermeer Thys. Een winkel met ook een meubelafdeling waar ik en mijn vrouw samen onze eerste meubeltjes hebben gekocht. Dat is ondertussen al 41 jaar geleden en ik word er zowaar sentimenteel van terwijl ik dit schrijf.
Peter en Lenny gingen ons gidsen voor hun eerste tandemrit. Van de 12 koppels die zouden meerijden waren wij degenen die het minst ver hadden moeten rijden. Ongeveer 20 km was het voor ons, en dat was minder dan Peter en Lenny zelf. Peter was wel van Westerlo afkomstig maar Lenny had deze “Parel uit de Kempen” (zoals ze het zelf zo mooi verwoorde) ontvoerd naar haar geboortestreek. Ook al hadden wij niet zo ver moeten rijden, toch was ik al vroeg uit de veren. Bij het inladen van de tandem een dag vroeger hadden we gemerkt dat de bagagedrager op 2 plaatsen was afgebroken. De oorzaak van dit alles was waarschijnlijk onze schuiver van 2 weken eerder. Zaterdag had ik geen tijd meer en dus moest ik op zondag morgen die bagagedrager nog demonteren. Het gevolg daarvan was dat we onze voortassen zouden moeten gebruiken om de regenkledij in te stoppen. En die voortassen zouden onderweg nog een gevaarlijke rol spelen.
Klokslag 10 h trokken de toch best wel zenuwachtige Peter en Lenny de meute op gang. Na 50 meter, net na het verlaten van de parking kon de rit voor mij al niet meer stuk. Een grote plas bevond zich recht voor mij en daar wou ik ten volle van genieten. Ik vertraagde zo veel mogelijk en op dat moment vond ik een nieuw woord uit voor de Dikke Van Dale: surplassen.
Spijtig genoeg moesten we verder en niet veel later draaiden we spoorlijn 29 op. Deze voormalige spoorlijn van Herentals naar Aarschot was omgetoverd tot een zeer populair fietspad.

Lijn 29 vroeger
Foto: Eeuwige Reiziger


Lijn 29 nu
Foto: Kosmopol


Tandems moesten wel rekening houden met de steeds terugkerende zigzag-paaltjes. Er is daar wat afgeroepen: “Paaaaaaltjeeeees”, “Téééégeeeen”. Ik dacht zelfs een moment dat we tegen de paaltjes waren. Toen we voor de zoveelste maal een tegenligger ontmoeten liet ik me braaf een beetje afzakken en ging met mijn voorwiel schuin achter onze voorligger rijden. Was ik toch wel vergeten dat er voortassen aan onze tandem hingen zeker. We raakten met onze voortas de achtertas van Nick en Lut en bijna lagen we weer op ons kl**ten. Vermits ‘bijna’ de helft is van ‘niks’ viel het nog mee. Alleen een ietwat verhoogde hartslag was het gevolg. In Aarschot was de hartslag terug normaal maar daar ging Peter verandering in brengen. Hij waarschuwde ons dat we na het doorkruisen van een parkje onze kleinste moesten gebruiken. Onze kleinste versnelling wel te verstaan. Na deze pittige helling kruisten we de Schoonhovendreef. En daar hangt weer wat geschiedenis aan vast. Dit was namelijk de straat waar we ooit Ortaire en Georgette zijn kwijt geraakt. Onze-Lieve-Vrouw van Scherpenheuvel heeft hen toen feilloos naar Haar basiliek geleid en toen we daar vandaag even halt hielden kon Ortaire het bankje nog aanwijzen waar hij op ons had zitten wachten. Peter kocht hier voor ons noppen en pepernoten en we mochten allemaal proeven van deze plaatselijke specialiteiten. Even daarvoor was het beginnen druppelen en de lucht zag er wel dreigend uit maar veel erger dan druppelen zou het niet worden. Peter en Lenny kenden blijkbaar ook het verhaal van de nonnekes en de eieren. Nog niet perfect blijkbaar en daar kwamen die druppels van natuurlijk.
Met ons treintje van 12 tandems zoefden we richting Zichem en weeral kwam er een oude spoorwegbedding aan te pas. Net voorbij de Maagdentoren, die nog steeds in de stijgers staat, kwamen we aan een echt treinspoor. Dat bracht ons recht (letterlijk en figuurlijk) naar Diest. In Diest merkte mijn zus het bankje op waar we ooit nog op gepicknickt hadden. Iemand vroeg Peter op hoeveel km onze lunchplaats zich bevond. Ongeveer 40 km was het twijfelende antwoord en het zouden er ‘ongeveer’ 45 worden. Schaffen was de place to be en een excuus om te stoppen was snel gevonden. Allez, ik bedoel “Het Excuus” natuurlijk.

Foto: Het Excuus

Mijn maag vond het niks te vroeg en voor de verandering kwam de soep eens eerst. Snel ook even gechekt of er gratis Wi-Fi was en inderdaad, zowel voor Telenet en Belgacom klanten. Wat een luxe! Het eten was ook meer dan OK en daarna wordt het altijd even spannend: de rekening. We mochten per koppel aan de toog gaan betalen. Toen iedereen, ook Ortaire, dat gedaan had bleek er één dagsoep niet betaald. Welke onnozelaar zou er nu weer iets vergeten zijn? Wel, die onnozelaar was ikzelf. Het zou een grap van mij kunnen geweest zijn maar dat was het niet. Dus: mea culpa, mea culpa, mea maxima culpa.
Toch met een kleine knoop in m’n maag vertrokken we na de lunch richting Schaffen. De regenkledij was opgeborgen in de voortas
(ah ja, die hangen er ook nog aan) en zou daar ook blijven voor de rest van de rit. Plasjes waren er voldoende maar ik merk dat ik een beetje selectiever ben geworden. De plasjes moeten proper water bevatten zodat ik kan zien hoe diep ze ongeveer zijn. Dat heb ik met scha en schande geleerd. Het vliegveld van Schaffen was een welkome afleiding en zodoende vergat ik die knoop vrij snel en kon ik weer genieten van de omgeving en het gezelschap.
De kremmekes in Everbeur waren onze volgende stop. Toch even vertalen voor de mensen die niet van hier zijn. De kremmekes in Everbeur wil gewoon zeggen de ijskreemjes in Averbode. En of ze gesmaakt hebben. Een paar honderd meter verder lag ook de grootste propere plas die ik in mijn leven gezien had en waar ik ook al doorgereden was: de vijver van de abdij in Averbode. Ortaire kan blijkbaar ook gedachten lezen en zij me: “Neen Paul, je mag NIET naar die plas. Hier blijven!!

Mijn favoriete grote plas in Averbode
Foto: hugodillen@telenet.be


Daarna ging het snel, veel te snel naar mijn gevoel. We passeerden Mie Maan, een wieler minnende taverne, om even later langs de achterkant van het kasteel De Merode het gezellige Westerlo binen te rijden.

Kasteel Prins de Merode
Foto: Dirk Couck


We zijn in Westerlo nog een tweede kasteel gepasseerd en dat wist ik nog niet. Na een beetje opzoekwerk vond ik dat het ging over het kasteel van Gravin Jeanne de Merode. Zal wel familie zijn van die andere de Merode zeker.
Bij een stralend zonnetje kwamen we bij de cafetaria van Sporta aan, dat zich net naast de abdij van Tongerlo bevond.

Cafetaria Sporta met op de achtergrond de abdij van Tongerlo
Foto: Street View


En toch had er nog iemand het lef om een “blonde Leffe” te bestellen, ge moet maar durven. Bij een frisse cola, gesponsord door de tandemclub, heb ik nog even zitten mijmeren en terug gedacht aan februari 2011. Toen hebben wij hier in deze cafetaria een lezing bijgewoond van het Vlaamse Compostella Genootschap om daarna in de kerk van de abdij de pelgrimszegen te ontvangen. En of dat geholpen heeft. We zijn nog steeds lid van een gezegende club en ik hoop dat wij dat nog lang mogen blijven.
Peter & Lenny, jullie zijn met grote onderscheiding geslaagd als organisator en nogmaals sorry voor die dagsoep. Ik vrees dat ik dat nog wel een aantal keren op m’n brood zal krijgen.
Alle anderen bedankt om erbij te zijn en heel nederig (die dagsoep hé)groet ik jullie.
Baron Paul Von Plassenrijder

dinsdag 17 juni 2014

Waar zit Nan?

Zus Liliane is onderweg met de fiets naar Italië. Net voor Trento, dat is haar einddoel.
Op de kaart hieronder kan je ze volgen.



Waar zit Nan weergeven op een grotere kaart

zaterdag 3 mei 2014

Oostmalle 27 april 2014

Zes jaar geleden, in april 2008, reden wij voor het eerst richting Oostmalle om onze eerste rit samen met de tandemclub te rijden. Een beslissing waar we nog geen minuut spijt van gehad hebben. Behalve die paar keren dat we niet mee konden natuurlijk. Toen en ook nu waren Carl en Liliane onze gastheer en gastvrouw van dienst. Later zou blijken dat er bij Carl een fatsoenlijke hoek af is. Daarom klikt het zo goed tussen ons denk ik. En voor er iemand jaloers zou worden: het klikt met jullie allemaal bij de tandemclub, zelfs met de Nederlanders. Trek dus zelf jullie conclusie.
Dank zij de logistieke steun van de firma J. Penen en Co zijn we weer met alle toeters en bellen ontvangen. Er waren er zelfs een paar die op de mini-camping stonden. Achtentwintig personen, veertien tandems dus bleken vandaag aanwezig te zijn. Er was zelfs een nieuw gezichtje bij: Frieda. Welkom, welkom, welkom! We werden allen voorzien van koffie en nog iets extra. Alleen heeft koffie bij mij een speciaal effect. Dat loopt door zoals een kapotte filter. Maar ook dat was in Oostmalle geen probleem. Eén ding ben ik vergeten te checken, of er gratis Wi-Fi was. Maar zoals u begrijpt had ik mijn handen vol op dat moment.

Klokslag 10 uur, zoals gepland, zijn we vertrokken voor ongeveer 65 km, wat volgens onze GPS 62,3 km bleek te zijn. Na een dikke kilometer in het centrum van Westmalle hadden we onze eerste stop. Niet om er al een trappist te drinken maar om een foto te nemen aan een standbeeld. Een standbeeld van een tandem, en geen gewone ook. Ik heb ze niet geteld maar er zaten vele mannetjes of vrouwtjes op deze tandem. Als mijn geheugen me niet in de steek laat heeft Carl zelfs gezegd dat ze ondertussen een nog langere tandem hebben gebouwd.
Van daaraf ging het inderdaad noordwaarts zoals onze gids had geschreven. Rond Sint Lenaarts, door Brecht en langs het kanaal Dessel-Schoten naar Sint-Job-in-‘t-Goor. Daar veranderde de richting naar het zuiden en bij het anti-tank kanaal kregen we zelfs wat uitleg. ‘Den Grootten Oorlog’ was ook nu, na net 100 jaar, weer even dichtbij. Toch konden we ook genieten van deze mooie omgeving bij dit ongelofelijk droog en warm lenteweertje. Echte gelukzakken zijn wij bij de tandemclub. Of er zijn weer ongelofelijk veel eieren en een paar nonnen aan te pas gekomen.
Foto: Street View

Net voorbij het fort van ‘s-Gravenwezel na 34 km bereikten we onze lunchplaats: ‘Den Inslag’. We waren naar de vroege kant en onze tafels waren zelfs nog bezet door de vorige groep mensen. Toen we een tiental minuten later echt aan tafel konden waren de eerste schotels ook al ter plaatse. Dat was snel! Alleen op de vegetarische pasta’s hebben sommigen even moeten wachten. Kwatongen beweerden dat ze er eerst het vlees nog moesten uithalen. Foei!! Voor de rest was alles in orde: het eten was lekker, gratis Wi-Fi en … zelfs de rekening klopte. Carl was nu ook zijn laatste ei kwijt.
Na de middag ging het nog even zuidwaarts tot aan het fort van Oelegem langs hetzelfde anti-tank kanaal. Vervolgens noordwestwaarts tot in Halle, het ‘nietgesplitstehalle ‘ welteverstaan. Het beloofde Zoersel bos was echt de max. Harde onverharde boswegeltjes, als je begrijpt wat ik bedoel. Naast echte plassen zijn zulke boswegeltjes één van mijn persoonlijke favorieten. Maar ook dit mooie Zoerselbos was veel te snel verleden tijd en net bij het uitrijden ervan passeerden we een straat met de naam ‘Schriekbos’. En nu vind ik het tijd voor een beetje geschiedenis. Niet de echte maar van horen zeggen, van mond tot mond overgeleverd.
Schriekbos

Waar komt die naam ‘Schriekbos’ vandaan? Wel, wijlen mijn vader, en dus ook de vader van mijn zus, heeft het volgende daarover verteld. Ooit waren er mensen van Schriek die verhuisden naar dit mooie bos in Zoersel. Zij openden daar een café met de naam ‘Schriek’. Deze naam is later in de straatnaam verwerkt. Wetenschappelijk is dit allemaal niet, maar ‘onze va’ vertelde dit alsof hij die mensen zelf nog gekend had.
Onze mooie lente-rit zat er bijna op. We naderden voor de tweede maal vandaag Westmalle. Nog één bezienswaardigheid kwam op ons pad. De abdij van Westmalle waar paterkes een werk van barmhartigheid beoefenen: de dorstigen laven. Net vóór de abdij kruisten we een straat met de naam ‘Nooitrust’. Ja, en dan, weer geschiedenis? Jawel, maar niet over Schriek maar over den kleine baron.
Foto: 'Rondreis door Westmalle'

Verderop in die straat bevond zich vroeger een sanatorium voor tuberculosepatiënten: ‘Lizzie Marsily’. Momenteel is het een RVT(rust en verzorgingstehuis).
In dat sanatorium (trouwens ingehuldigd in 1920 door koningin Elisabeth, zie foto hierboven) ben ik ondanks de straatnaam toch tot rust gekomen en genezen van die droge plek op mijn long zoals ze dat toen noemden. Mij resten slechts een paar heel vage herinneringen en twee foto’s uit die tijd.
Den baron, 5-6 jaar oud(dit was nog geen selfie)
Deze foto is op het domein van het sanatorium genomen.

Café Trappisten, eindelijk werden de dorstigen gelaafd op kosten van de club en met de zegen van de paters.
Foto: Jos Van de Velde

Mijn zus en ik hebben daar smakelijk een Kriekje van Lindemans gedronken. ‘k Weet het, het is ironisch maar wij lusten geen echt bier. Er waren nog genoeg anderen die het werk van de paterkes wel wisten te waarderen.
Gelaafd en zeker gezegend konden we als epiloog de laatste 5 km aanvangen terug naar de parking van de firma J. Penen en Co. Daar wachtte onze heilige koe die ons huiswaarts moest brengen. Maar niet zonder eerst onze gidsen van vandaag, Carl en Liliane, te bedanken voor deze mooie dag en mooie rit. De anderen bedankt voor het aangename gezelschap.
Wij kijken al uit naar 2058, ons gouden jubileum bij de tandemclub.

Tot de volgende allemaal,
Den Baron en z’n Barones, Paul en Liliane von Plassenrijder
Grasheideweg 25
2223 Schriek
tel: 015/23 54 62
GSM: +32(0)496 37 61 40
heremans@belgacom.net

dinsdag 11 februari 2014

Gullegem 26 januari 2014

De avond voor de wandeling hadden we nog bezoek gehad van onze oudste dochter en haar nieuwe vriend. Toen de wandeling ter sprake kwam en ik vertelde dat we gingen ‘wandelen met de tandemclub’ kreeg ik voor de tweede maal in mijn leven zo’n vreemde meewarige blik van de nieuwe vriend. Diezelfde blik had ik ook gekregen van iemand die het verkeer stond te regelen in Huldenberg toen we onderweg waren naar Overijse om samen met Herman te gaan wandelen. Ik had die man toen ook gezegd dat wij gingen ‘wandelen met de tandemclub’ en zodoende herkende ik nu diezelfde blik weer. Nu zijn er wel meer mensen die vinden dat er bij den baron een hoekje af is maar met de nieuwe vriend wou ik toch een min of meer normale start nemen. Na vijf minuten uitleg keek hij dus terug normaal naar mij.

De volgende morgen kon ik dus met een gerust gemoed vertrekken, mijn zus opladen en richting Gullegem zoeven. Volgens Tommeke 145 km en een uur en 40 minuten rijden. Toen we een bord passeerden waarop stond, ‘ Welkom in West-Vlaanderen’, grapte ik nog tegen mijn zus dat we de taalgrens passeerden. De “g” naar omlaag wordt een “g” naar omhoog (een “h” dus) en omgekeerd. Ik vond dat hoed.
Het stukje van net na de middag ontbreekt wegens GPS niet opgezet.

Driemasten was de place2be en dat bereikten we ook enige tijd later zonder noemenswaardige problemen. Deze wandeling was georganiseerd door 3 tandemkoppels: Rik & Marleen, Eric & Marianne en Patrick en Greet. Wat kon er dus organisatorisch misgaan? Bovendien had Marianne tegen iemand gezegd dat het meestal verharde wegen waren. Als ik dat had geweten had ik mijn sandalen meegebracht maar achteraf zou toch blijken dat dit niet zo’n goed idee zou geweest zijn.
Iedereen begroeten en onze beste wensen overmaken is altijd prettig maar zeker na een winterstop. Het misverstand over de Vlaamse kalender in de dubbelop zou ook in orde komen hoorde ik. Bovendien werden we bij Rik en Marleen ook nog getrakteerd op koffie en taart en waren we er dus volledig klaar voor.
Voor de middag was ons ongeveer 6 km belooft. Aangezien we 2 km meer hebben gekregen hoor je mij zeker niet klagen. En toch gaat dit altijd zeer snel. Ik had zelfs de gelegenheid niet om met iedereen een praatje te maken maar na en tijdens de lunch was er ook nog wel tijd om bij te kletsen. Ook de wegen waren meestal verhard en zodoende kwam El Charro al snel in ons vizier.

Foto: streetview

Nieuwsgierig naar wat El Charro nu eigenlijk betekent heb ik dat even opgezocht. Ofwel is het iemand uit Salamanca ofwel is het een Mexicaanse ruiter. Na het zien van die mooie hoed op de zijgevel ga ik voor de Mexicaanse ruiter. Onze menukeuze was op voorhand doorgegeven en ik wist zelfs nog wat ik besteld had: lasagne. Mijn zus had hutsepot besteld en dat bleek in onze groep veel gevraagd. Er waren zelfs twee varianten hutsepot: met en zonder (worst). Voor de tweede maal die dag moest ik aan de wandeling met Herman denken. In dat verslag toen heb ik ook nogal geworsteld met “met en zonder”. Zo kwam het gesprek vanzelf op eten, diëten en koken terecht. Als enige man tussen vier vrouwen wist ik me net staande te houden. Jullie weten het misschien nog niet maar ik kan zelfs een ei koken en op dieet ben ik ook een beetje. Ik snij namelijk de gaten uit de kaas, dat scheelt.
Tijdens de lunch komen steeds dezelfde 2 vragen bij mij op. Is er gratis Wi-Fi in de WC en zou de rekening kloppen? Op de eerste vraag moet ik spijtig genoeg negatief antwoorden. Alhoewel er op de plaats waar ik zat, tegen de muur, wel een zwak Wi-Fi-signaal was, waarschijnlijk van de buren. Dan de vraag van 1 miljoen; de rekening. Eric, de schatbewaarder, wachtte geduldig af tot iedereen z’n rekening vereffent had. Voor hij zelfs de rekening gehad had, zag hij dat er iets niet klopte. Een muntstuk dat erg op een 2 euro stuk geleek was tot bij Eric gebracht. Hij had echter niet gezien wie het had gebracht. Met de hand op het hart kan ik hier zeggen dat ik het zeker niet was. Gewoon omdat ik NIET betaald heb. Mijn zus had betaald. En ik denk dat de dader het zelf ook niet gezien had. Ik heb achteraf namelijk wat opzoekwerk verricht en heb aan Gust Google een paar vraagjes gesteld. Oordeel zelf.
Thaise munt van 10 bath

De baht was sinds de Tweede Wereldoorlog gekoppeld aan de Amerikaanse dollar in een verhouding van 1 dollar = 20 baht. Door inflatie moest de verhouding sindsdien enige keren worden aangepast, maar tegenwoordig ligt deze bij ongeveer 1 dollar = 32 baht.
Bij de invoering van de euro bleek in december 2001, dat de muntstukken van 10 baht en van 2 euro sterk op elkaar lijken, zo sterk zelfs dat sommige automaten geen onderscheid konden maken.
Bron: Wikipedia


Ondanks deze mini-fraude klopte de rekening en konden we verder zonder de afwas zelf te moeten doen.
Voor de middag waren we noordwaarts gewandeld en na de middag ging het zuidwestwaarts. Dat is de richting vanwaar gewoonlijk de nattigheid komt. Gelukkig kwam ze nu eens niet van boven maar van beneden. In het provinciedomein Bergelen was de natuur zeer mooi, maar de grond was ook zeer drassig na de laatste regenperiode. Die meestal verharde wegen van Marianne waren door de te hoge temperaturen voor de tijd van het jaar helemaal ontdooid. En alhoewel ik persoonlijk plassen verkies kwam dit toch al enigszins in de buurt. Al keuvelend ploeterden we door de Vlaamse klei terug richting Gullegem. Op facebook doet iedereen dat ook. Alleen doen wij het zoals vroeger. We praten echt met mekaar, maken vrienden en “liken’ elkaar. Ongepaste verhalen heb ik ook niet gehoord en na weer een km extra bereikten we café De Merlijn in de Bissegemstraat.
Foto: streetview

Na het nuttigen van het door de tandemclub gesponsorde drankje zou je dan denken: dit is het einde van deze mooie dag. Normaal zouden we met de wagen terug tot bij Rik en Marleen thuis gebracht worden. Een deel van de groep heeft dit ook gedaan en van deze mensen hadden we al afscheid genomen. Een paar diehards hebben die dikke km die ons restte nog te voet gedaan. Het was beginnen regenen en zodoende kon ik mijn modderige schoenen nog enigszins proper maken door mijn hobby te beoefenen. Als kind mocht ik niet door plassen lopen. Nu wel dus en zelfs mijn zus kon me niet tegenhouden maar had er verder ook geen last van. Op de tandem is dat soms wel anders.
Die paar diehards hebben dan ook nog bij Marleen helpen opruimen. De rest van de taart enzovoort, je weet wel. En toen toverde Rik nog een wit konijn uit z’n hoge hoed. Hij had namelijk een cadeautje voor Georgette. Iets dat ze mocht testen. Voor de rest ga ik daar nu niets over zeggen. Maar ik hoop samen met jullie dat we volgende keer uitleg krijgen van Georgette in geuren en kleuren. Een reden om de volgende keer ook te komen.
De drie inrichtende koppels krijgen van mij een dikke duim en alle aanwezigen bedankt om er bij te zijn.

Groetjes van baron Von Plassenrijder en z’n barones
Heremans Paul & Liliane
Grasheideweg 25
2223 Schriek
tel: 015/23 54 62
GSM: +32(0)496 37 61 40
heremans@belgacom.net

donderdag 24 oktober 2013

Londerzeel 20-10-2013


Jean en Jetje hadden gezegd, allee geschreven, aan de overkant van de spoorweg. Voor ons klopte dat al niet want het was aan deze kant van de spoorweg. Gelukkig hadden ze er meer info aan toegevoegd en ik had ook al op Street View gekeken waar we moesten zijn. Half tien was het en voorbij de bus-stelplaats van De Lijn stonden ze ons al op te wachten. We zouden uiteindelijk met 11 koppels vertrekken. Dat is dus 22 personen en dat is belangrijk voor later die dag. Onthoud dat dus.

Ik merkte ook dat de Caddy Maxi populairder wordt bij tandemmers. Nick en Lut hadden zich er ook eentje aangeschaft. Zonder voorwiel kon hij netjes in z’n geheel in de wagen. Ten onrechte dacht ik dat hij zijwieltjes gemonteerd had. Bij nader toezien stond de tandem op een onderstel met wieltjes zodat hij makkelijk in en uit de auto kon gehaald worden. Ook was er weer een tandem met assistentie bijgekomen. En daar wil ik het toch eventjes over hebben. Taal is belangrijk en we moeten geen misverstanden bij creëren, die ontstaan bij mij vanzelf. Een tandem is volgens mij per definitie een fiets met assistentie. Als je daar dan nog een batterij en motortje aan toevoegt dan … is dat volgens mij een fiets met extra assistentie.
Een valse start van een paar honderd meters bracht ons bij het plaatselijke zwembad waar we naar het toilet konden. In de groep hoorde ik al een vraag opborrelen of er hier een oplaadpunt zou zijn voor al die tandems met extra assistentie. Mij viel iets anders op. Sinds wij ergens op het WC “hier gratis Wi-Fi” tegenkwamen let ik daar op.

En inderdaad, op de deur van het cafetaria stond: WI free. Met een gerust hart ben ik naar het toilet gegaan, wetende dat ik via Google Maps altijd weer buiten zou geraken.
Tien minuutjes later zijn we dan echt vertrokken voor wat volgens mij de mooiste rit is geworden die ik met de tandemclub tot nu heb gereden. Half-verharde smalle paden genieten mijn voorkeur en die waren meer dan voldoende aanwezig vandaag. Ook flashbacks zouden vandaag voor mij een rol spelen en na een paar km kwam de eerste al. We passeerden de Duvel brouwerij. Niet alleen had ik een paar jaar geleden een brouwerij bezoek geregeld voor mijn Poolse vrienden (toen werd ik daar als geheelonthouder met een scheef oog bekeken omdat ik niks wou drinken) maar ook in 2004 had ik de Dodentocht tot een goed einde gebracht en in dat verhaal komt Duvel ook voor natuurlijk. Prettige herinneringen terwijl we met z’n allen de natuur in doken. En toen heb ik me redelijk belachelijk gemaakt. Ik dacht op de grond vele hazelnoten te zien liggen omdat ze zo klein waren, versprak me en zij iets over beukennootjes. Jean antwoorde: ”Allee Paul, onder eikenbomen?” Hij had overschot van gelijk natuurlijk. Maar om mijn gezicht nu toch enigszins te redden heb ik mijn hersencellen (alle twee) aan het werk gezet. Het ging dus waarschijnlijk om een speciale soort eik en ik denk zelfs de naam te kennen: de kleineikelige eik. In het Latijn is dat zoiets van: Quercus testiculus minimus.

Volgende hoogtepunt onderweg was het Geografisch Middelpunt van Vlaanderen. Wij hebben altijd gedacht dat Schriek het middelpunt was. Niet dus. We zijn even gestopt voor een groepsfoto en kregen van Jean ook wat uitleg. Het echte middelpunt lag eigenlijk een paar tientallen meters verder in de wei. Maar om praktische redenen hebben ze het, waarschijnlijk met een man of tien, verplaatst tot aan de rand van de baan.

Op 6 april 2001 was de Amerikaanse ambassadeur hier op bezoek geweest en wij nu ook. Ik zou toch graag weten hoelang de gedenkplaat van de tandemclub hier blijft hangen. Proficiat Jean, lumineus idee!
Het Buggenhoutbos kwam me bekent voor. Het duurde niet lang voor we aan “De Groene Wandeling” kwamen, onze lunchplaats, en dat kenden we nog van vorig jaar met de wandeling (niet de groene maar de gewone). Jean riep uit volle borst dat het eerste rondje dat van de tandemclub zou zijn. De bediening was vlot en snel. Bij één iemand werd het zelfs op tafel geKWAKt.

Vorige rit indachtig had ik iets met videe besteld omdat het toen iets goedkoper was maar deze keer lukte het niet. Het smaakte in ieder geval. Daarna was het spannend afwachten of de rekening zou kloppen. De tournee generale klopte al niet want ze bestond uit 23 consumpties en wat moesten jullie onthouden? Juist, 11 tandems en dus 22 personen. Hoe kon dat dan? Wel, iemand had zijn hoorapparaat niet aangezet of de batterijen waren leeg, en wist dus niet dat dit rondje van de club was. Hij had een Bacardi-cola besteld en dat was genoteerd als 2 aparte consumpties. Rik, de volgende keer reserve batterijen meenemen a.u.b. De rekening van het eten zelf klopte gelukkig wel. Er was zelfs wat drinkgeld over. Zouden wij dat met z’n allen gecompenseerd hebben om wat er vorige maand was gebeurd?
Na de middag doken we weer het Buggenhout bos in. We zijn nog een aantal limbo-versperringen gepasseerd maar niemand durfde er onderdoor. Ik ook niet. Ik ben plassenrijder, geen danser hé mannen. En nu denkt men zelfs dat ik ook door vijvers rijd. Vorige keer in Averbode dat was eenmalig. Ik had die vijver verkent en wist dus dat hij maar 5 cm diep was. Beleefd bedankte ik voor deze vijver. Maar geen nood, ik hem mijn plasje onderweg gehad. Jean heeft ook dat prima geregeld. Hij heeft zelfs voor confetti gezorgd onderweg. Maar ik denk dat het idee van Jetje kwam. Het was wel mais-confetti maar toch. Goed gedaan Jetje!
Veel te snel kwamen we terug in de buurt van Londerzeel. We stopten aan een voormalig stationnetje om het vochtgehalte weer op peil te brengen en toen kwam er weer een mega-flashback: Het Leireken. Een oude spoorbedding omgevormd tot een fietspad. Twee jaar geleden op 1 mei 2011 stonden Jean, Jetje, Ortaire en Georgette ons een paar honderd meter verder op het Leireken op te wachten.

Wij fietsten toen onze eerste dag op weg naar Compostella. Bovendien was het ook daar dat we voor de eerste keer Wim en Joost zagen voorbijfietsen. Ook zij waren toen op weg naar Compostella en we zouden negen dagen samen met hen op dezelfde campings staan, zonder ook maar iets af te spreken. Ik werd er zowaar een beetje emotioneel van.
Na een lekkere koffie en een gezellige babbel moesten we terug naar Londerzeel, ons eindpunt van deze prachtige rit. Nog even op het Leireken het bankje zoeken waar we geluncht hadden 2 jaar geleden, maar daar waren we niet zeker meer van welke het juist was.
Wij hebben in ieder geval een hele fijne dag gehad en bedanken Jean en Jetje daar heel erg voor. Wel zou ik nog graag weten hoe jullie het weer hebben beïnvloed want er was regen voorspeld. Ook met eieren of hebben jullie een andere methode?

Groetjes van een gelukkige Baron Von Plassenrijder en Barones Liliane

vrijdag 17 mei 2013

Torhout 5 mei 2013,



Een hele winter lang, en het was een hele lange, hadden we hierop gewacht: de eerste tandemrit van het nieuwe seizoen. De mogelijke inrichters van een rit hebben waarschijnlijk aan hun ellebogen gevoeld dat het in maart en april toch geen fietsweer zou zijn. Zodoende was het al mei en onze erevoorzitter(voor het leven en ook nog lang daarna) Ortaire en zijn vlam Georgette mochten de spits afbijten. Voor mijn doen vrij laat maar toch nog twee dagen voor de deadline had ik ons aangemeld voor de rit. Ik had in de mail ook geschreven dat Ortaire zelfs voor geen “goe weer” moest zorgen omdat je bij de tandemclub altijd in “goe gezelschap” verkeerd. Zoals gevraagd hadden we ook onze menukeuze doorgegeven en voor mij was dat een berekende gok. Ik wist bij God niet wat pelepetatten waren, maar ik was toch nieuwsgierig genoeg om dat te bestellen. Volgens mij konden dat twee dingen zijn. Ofwel waren het mooie ronde patatjes (want Pelé was toch een voetballer hé?) ofwel patatten in de schil. Het laatste bleek het geval te zijn maar daar kom ik straks nog op terug. Tevens had ik Ortaire gemeld dat de conditie door de lange winter nog niet goed was. Daarop heeft hij aan Rik gevraagd om mij de GPS-track door te sturen. Als we dan niet konden volgen wisten we toch waar naartoe. Je weet maar nooit of je een tandem kwijtraakt onderweg en Ortaire weet dat.

Track van deze rit met dank aan Rik

We moesten dus in Torhout zijn en zonder er echt over na te denken heb ik nog even gedacht dat Torhout naast Werchter lag, … maar dat was dus totaal fout. Volgens Tom & Tom moesten we 1 uur en 40 minuten rijden om er te geraken. Daar zijn nog 5 minuten bijgekomen door een gesloten afrit maar dat was niet de schuld van Ortaire noch Georgette (denk ik???). Bij aankomst aan het station was er al voldoende goed gezelschap aanwezig en na een tijdje bleek dat we zelfs met een stuk of dertien tandems waren. We hadden dus veel knuffel-werk, maar ik had de indruk dat niemand dat erg vond. Ik althans zeker niet.

Na veel vijven en kussen zijn we toch op de tandem geraakt en vertrokken. Even voor Wijnendale kwamen we op een oude spoorwegbedding met de naam “Groene 62”. Rechtdoor natuurlijk maar af en toe, als we een straat kruisten, even zigzaggen maar dat viel nog mee. Er zijn plaatsen waar die snelheidsremmers voor fietsers veel dichter op elkaar staan. Zoals gewoonlijk moesten we veel bijpraten met alleman(vrouw) en dus vlogen de kilometers voorbij. Terloops melde Ortaire dat we op dat bepaalde punt, knooppunt 31, nog geen kilometer van onze lunchplaats waren. We konden de pelepetatten bijna ruiken. Ons plezier kon niet op. Het was dan ook nog de eerste rit na mijn pensionering en bijgevolg moest ik nooit meer werken. Ortaire wist dat en ik denk dat hij het volgende met opzet zo had geregeld. We kwamen net voor knooppunt 40 een verkeersbord tegen en wat stond daarop: WERKEN (naam van deze gemeente) !!!


Foto: Streetview

Mijn maag draaide rond. Een geluk dat die pelepetatten er nog niet op lagen. De volgende kilometer ging net iets moeilijker.

Na ongeveer 43 km bereikten we onze lunchplaats in Koekelare: De Klijteput.

Foto: Streetview

Een pleisterplaats voor fietsers, zo bleek. Men kon daar ook een spel spelen dat, volgens m’n zus, gespeeld werd met “zo van die kaasbollen”. Ook kwam ik eindelijk te weten wat pelepetatten waren. En ze vielen heel hard mee die petatten in de pele. Het stuk vlees, Cote à l'os , was best groot, maar zeer lekker. Dat was dus ook in orde. Voor we vertrokken toch maar even aan Ortaire vragen of de rekening klopte, je weet maar nooit ;-)

Terug goedgezind reden we zuidwaarts tot we in de verte de Ijzertoren van Diksmuide zagen opdoemen.Zo ver moesten we gelukkig niet. Op het Duitse Militair kerhof van Vladslo hielden we even halt en kregen we een korte uitleg van Ortaire.

Foto: Andy Malengier

Ik werd er stil van en dacht: nooit meer oorlog!
Toen we Vladslo dorp binnenreden was ik Ortaire z’n grap over “Werken”al lang vergeten. Tot ik een straatnaambordje zag hangen: Werkenstraat. Die zou even verderop zelfs overgaan in de Oude Werkenstraat. Tuutverdomme(gecensureerd), dacht ik, het zal toch niet … maar het zal wel. Even later reden we weeral de gemeente Werken binnen, waar ze dan ook nog een Werkenplein hebben. En het werd nog erger. Er was een omleiding wegens WERKEN in WERKEN. Ik kreeg een aanval van pensioenitis. Je weet wel: veel te lui om iets te doen. Gelukkig ging dat snel over toen we het grondgebied Werken verlieten. Via Handzame en Kortemark reden we richting Torhout. Wegens te druk bezig met oversteken van de N33 miste ik nog het kasteel Wijnendale en voor we het beseften bereikten we het station van Torhout. Snel de tandem inladen en dan nog gezellig nakeuvelen in Café Flandria. Perfect einde van een perfecte dag!

Foto: Streetview


Foto: Miguel

Rechts onze fotograaf Miguel van zijnen beste kant

Danjewel Ortaire, dankjewel Georgette. Maar wil je me toch in het vervolg verwittigen als we ooit nog in “die” gemeente komen. Dan kan ik mijn ogen dichtdoen.

Groetjes,

Baron Paul Von Plassenrijder