zaterdag 6 september 2014

Tandemrit Westerlo 31 augustus 2014



De parking van de Carrefour in Voortkapel (Westerlo), daar moesten we zijn. Onmiddellijk wat geschiedenis meegeven: op deze plaats bevond zich vroeger een in de streek welbekende winkel. Namelijk die van Vermeer Thys. Een winkel met ook een meubelafdeling waar ik en mijn vrouw samen onze eerste meubeltjes hebben gekocht. Dat is ondertussen al 41 jaar geleden en ik word er zowaar sentimenteel van terwijl ik dit schrijf.
Peter en Lenny gingen ons gidsen voor hun eerste tandemrit. Van de 12 koppels die zouden meerijden waren wij degenen die het minst ver hadden moeten rijden. Ongeveer 20 km was het voor ons, en dat was minder dan Peter en Lenny zelf. Peter was wel van Westerlo afkomstig maar Lenny had deze “Parel uit de Kempen” (zoals ze het zelf zo mooi verwoorde) ontvoerd naar haar geboortestreek. Ook al hadden wij niet zo ver moeten rijden, toch was ik al vroeg uit de veren. Bij het inladen van de tandem een dag vroeger hadden we gemerkt dat de bagagedrager op 2 plaatsen was afgebroken. De oorzaak van dit alles was waarschijnlijk onze schuiver van 2 weken eerder. Zaterdag had ik geen tijd meer en dus moest ik op zondag morgen die bagagedrager nog demonteren. Het gevolg daarvan was dat we onze voortassen zouden moeten gebruiken om de regenkledij in te stoppen. En die voortassen zouden onderweg nog een gevaarlijke rol spelen.
Klokslag 10 h trokken de toch best wel zenuwachtige Peter en Lenny de meute op gang. Na 50 meter, net na het verlaten van de parking kon de rit voor mij al niet meer stuk. Een grote plas bevond zich recht voor mij en daar wou ik ten volle van genieten. Ik vertraagde zo veel mogelijk en op dat moment vond ik een nieuw woord uit voor de Dikke Van Dale: surplassen.
Spijtig genoeg moesten we verder en niet veel later draaiden we spoorlijn 29 op. Deze voormalige spoorlijn van Herentals naar Aarschot was omgetoverd tot een zeer populair fietspad.

Lijn 29 vroeger
Foto: Eeuwige Reiziger


Lijn 29 nu
Foto: Kosmopol


Tandems moesten wel rekening houden met de steeds terugkerende zigzag-paaltjes. Er is daar wat afgeroepen: “Paaaaaaltjeeeees”, “Téééégeeeen”. Ik dacht zelfs een moment dat we tegen de paaltjes waren. Toen we voor de zoveelste maal een tegenligger ontmoeten liet ik me braaf een beetje afzakken en ging met mijn voorwiel schuin achter onze voorligger rijden. Was ik toch wel vergeten dat er voortassen aan onze tandem hingen zeker. We raakten met onze voortas de achtertas van Nick en Lut en bijna lagen we weer op ons kl**ten. Vermits ‘bijna’ de helft is van ‘niks’ viel het nog mee. Alleen een ietwat verhoogde hartslag was het gevolg. In Aarschot was de hartslag terug normaal maar daar ging Peter verandering in brengen. Hij waarschuwde ons dat we na het doorkruisen van een parkje onze kleinste moesten gebruiken. Onze kleinste versnelling wel te verstaan. Na deze pittige helling kruisten we de Schoonhovendreef. En daar hangt weer wat geschiedenis aan vast. Dit was namelijk de straat waar we ooit Ortaire en Georgette zijn kwijt geraakt. Onze-Lieve-Vrouw van Scherpenheuvel heeft hen toen feilloos naar Haar basiliek geleid en toen we daar vandaag even halt hielden kon Ortaire het bankje nog aanwijzen waar hij op ons had zitten wachten. Peter kocht hier voor ons noppen en pepernoten en we mochten allemaal proeven van deze plaatselijke specialiteiten. Even daarvoor was het beginnen druppelen en de lucht zag er wel dreigend uit maar veel erger dan druppelen zou het niet worden. Peter en Lenny kenden blijkbaar ook het verhaal van de nonnekes en de eieren. Nog niet perfect blijkbaar en daar kwamen die druppels van natuurlijk.
Met ons treintje van 12 tandems zoefden we richting Zichem en weeral kwam er een oude spoorwegbedding aan te pas. Net voorbij de Maagdentoren, die nog steeds in de stijgers staat, kwamen we aan een echt treinspoor. Dat bracht ons recht (letterlijk en figuurlijk) naar Diest. In Diest merkte mijn zus het bankje op waar we ooit nog op gepicknickt hadden. Iemand vroeg Peter op hoeveel km onze lunchplaats zich bevond. Ongeveer 40 km was het twijfelende antwoord en het zouden er ‘ongeveer’ 45 worden. Schaffen was de place to be en een excuus om te stoppen was snel gevonden. Allez, ik bedoel “Het Excuus” natuurlijk.

Foto: Het Excuus

Mijn maag vond het niks te vroeg en voor de verandering kwam de soep eens eerst. Snel ook even gechekt of er gratis Wi-Fi was en inderdaad, zowel voor Telenet en Belgacom klanten. Wat een luxe! Het eten was ook meer dan OK en daarna wordt het altijd even spannend: de rekening. We mochten per koppel aan de toog gaan betalen. Toen iedereen, ook Ortaire, dat gedaan had bleek er één dagsoep niet betaald. Welke onnozelaar zou er nu weer iets vergeten zijn? Wel, die onnozelaar was ikzelf. Het zou een grap van mij kunnen geweest zijn maar dat was het niet. Dus: mea culpa, mea culpa, mea maxima culpa.
Toch met een kleine knoop in m’n maag vertrokken we na de lunch richting Schaffen. De regenkledij was opgeborgen in de voortas
(ah ja, die hangen er ook nog aan) en zou daar ook blijven voor de rest van de rit. Plasjes waren er voldoende maar ik merk dat ik een beetje selectiever ben geworden. De plasjes moeten proper water bevatten zodat ik kan zien hoe diep ze ongeveer zijn. Dat heb ik met scha en schande geleerd. Het vliegveld van Schaffen was een welkome afleiding en zodoende vergat ik die knoop vrij snel en kon ik weer genieten van de omgeving en het gezelschap.
De kremmekes in Everbeur waren onze volgende stop. Toch even vertalen voor de mensen die niet van hier zijn. De kremmekes in Everbeur wil gewoon zeggen de ijskreemjes in Averbode. En of ze gesmaakt hebben. Een paar honderd meter verder lag ook de grootste propere plas die ik in mijn leven gezien had en waar ik ook al doorgereden was: de vijver van de abdij in Averbode. Ortaire kan blijkbaar ook gedachten lezen en zij me: “Neen Paul, je mag NIET naar die plas. Hier blijven!!

Mijn favoriete grote plas in Averbode
Foto: hugodillen@telenet.be


Daarna ging het snel, veel te snel naar mijn gevoel. We passeerden Mie Maan, een wieler minnende taverne, om even later langs de achterkant van het kasteel De Merode het gezellige Westerlo binen te rijden.

Kasteel Prins de Merode
Foto: Dirk Couck


We zijn in Westerlo nog een tweede kasteel gepasseerd en dat wist ik nog niet. Na een beetje opzoekwerk vond ik dat het ging over het kasteel van Gravin Jeanne de Merode. Zal wel familie zijn van die andere de Merode zeker.
Bij een stralend zonnetje kwamen we bij de cafetaria van Sporta aan, dat zich net naast de abdij van Tongerlo bevond.

Cafetaria Sporta met op de achtergrond de abdij van Tongerlo
Foto: Street View


En toch had er nog iemand het lef om een “blonde Leffe” te bestellen, ge moet maar durven. Bij een frisse cola, gesponsord door de tandemclub, heb ik nog even zitten mijmeren en terug gedacht aan februari 2011. Toen hebben wij hier in deze cafetaria een lezing bijgewoond van het Vlaamse Compostella Genootschap om daarna in de kerk van de abdij de pelgrimszegen te ontvangen. En of dat geholpen heeft. We zijn nog steeds lid van een gezegende club en ik hoop dat wij dat nog lang mogen blijven.
Peter & Lenny, jullie zijn met grote onderscheiding geslaagd als organisator en nogmaals sorry voor die dagsoep. Ik vrees dat ik dat nog wel een aantal keren op m’n brood zal krijgen.
Alle anderen bedankt om erbij te zijn en heel nederig (die dagsoep hé)groet ik jullie.
Baron Paul Von Plassenrijder

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen